...om Zijn grote daden te verkondigen...
More on the Covenant
See also the Manila Manifesto, an elaboration of the Lausanne Covenant Highlights of the Covenant
Chris Wright, chair of the Lausanne Theology Working Group, discusses the Lausanne Covenant. Het onderstaande is een vertaling van de Engelse tekst van de z.g. "Lausanne Covenant"(het Verbond van Lausanne) zoals dat gesloten werd tijdens het Internationale Congres voor Wereldevangelisatie. Wij beschouwen de inhoud van deze verklaring een goede omschrijving van ons uitgangspunt. Inleiding Daarom verlangen wij ons geloof en ons besluit te bevestigen en ons verbond in het openbaar bekend te maken. 1. het plan van God Wij belijden met schaamte dat wij onze roeping vaak ontrouw zijn geweest en onze opdracht niet vervuld hebben, doordat wij ons aan de wereld aanpasten of ons er uit terugtrokken. Toch verheugen wij ons erover dat het evangelie, zelfs wanneer het zich in aarden vaten bevindt, nochtans een kostbare schat is. Wij verlangen ons opnieuw toe te wijden aan de taak deze schat door de kracht van de Heilige Geest bekend te maken. (Jes. 40:28; Matth. 28:19; Eph. 1: 11; Hand. 15:14; Joh. 17:6,18; Eph. 4:12; 1 Cor. 5: 10; Rom. 12:2. 2 Cor. 4:7). 2. het gezag en de macht van de bijbel Wij belijden tevens de macht van Gods Woord om zijn heilsplan te realiseren. De boodschap van de Bijbel is tot de gehele mensheid gericht, want Gods openbaring in Christus en in de Heilige Schrift is onveranderlijk. De Heilige Geest spreekt vandaag nog door de Bijbel. Hij verlicht het verstand van Gods volk in alle culturen. Zo onderkennen zijn kinderen zijn waarheid steeds opnieuw met hun eigen ogen, en zo onthult Hij de gehele kerk steeds meer van de veelkleurige wijsheid Gods. (2 Tim. 3:16; 2 Petr. 1:21; Joh. 10:35; Jes. 55:11; 1 Cor. 1:21; Rom. 1:16; Matth. 5:17, 18; Judas 3; Eph. 1:17, 18; 3:10, 18). 3. de unieke en universele betekenis van Christus Wij verlangen naar de dag, waarop alle knie zich voor Hem zal buigen en alle tong zal belijden, dat Hij Heer is. (Gal. 1:6-9; Rom. 1:18-32; 1 Tim. 2:5, 6; Hand. 4:12; Joh. 3:16-19; 2 Petr. 3:9; 2 Thess. 1:7-9; Joh. 4:42; Matth. 11:28; Eph. 1:20, 21; Phil. 2:9-11.) 4. de aard van de verkondiging van het evangelie Maar evangelisatie zélf is, naar haar aard, de verkondiging van de historische, bijbelse Christus als Heiland en Heer, met als doel, de mensen te bewegen persoonlijk tot Hem te komen en zo met God verzoend te worden. Wie de uitnodiging van het evangelie uitspreekt mag de kosten van het discipelschap niet verzwijgen. Nog steeds roept Jezus allen, die Hem willen volgen, op zichzelf te verloochenen, hun kruis op zich te nemen en zich met zijn nieuwe gemeenschap te identificeren. Onder de gevolgen van de evangelieverkondiging zullen dan ook gevonden moeten worden: gehoorzaamheid aan Jezus Christus, zich voegen in zijn Kerk en verantwoordelijke dienst in de wereld. (1 Cor. 15:3, 4; Hand. 2:32-39; Joh. 20:21; 1 Cor. 1:23; 2 Cor. 4:5; 2 Cor. 5:11, 20; Luc. 14:25-33; Marc. 8:34; Hand. 2:40, 47; Marc. 10:43-45). 5. de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de christen Daar de mens naar het beeld van God geschapen is, bezit iedereen, ongeacht zijn ras, religie, kleur, cultuur, klasse, zijn geslacht of leeftijd een met de geboorte gegeven waardigheid. Daarom moet hij niet uitgebuit, maar gerespecteerd en gediend worden. Ook ten aanzien hiervan belijden wij dat wij dit vaak over het hoofd zagen en dat wij soms evangelisatie en maatschappelijke verantwoordelijkheid als aan elkaar tegengesteld hebben gezien. Ofschoon verzoening tussen mensen niet hetzelfde is als verzoening met God; sociale actie geen evangelisatie is en politieke bevrijding geen verlossing is, spreken we toch uit dat evangelisatie en maatschappelijke en politieke betrokkenheid beide deel zijn van onze christelijke verantwoordelijkheid. Beide zijn noodzakelijke uitingen van onze leer over God en de mens, van onze liefde tot de naaste en onze gehoorzaamheid aan Jezus Christus. De boodschap van het heil omvat tevens een boodschap van oordeel over iedere vorm van vervreemding, onderdrukking en discriminatie. We moeten niet schromen, kwaadaardigheid en onrecht aan de kaak te stellen, waar dit ook voorkomt. Wanneer mensen Christus aannemen, gaan zij door wedergeboorte deel uitmaken van zijn Koninkrijk en moeten niet alleen trachten de gerechtigheid daarvan in eigen leven gestalte te geven, maar die ook te midden van een onrechtvaardige wereld uit te breiden. De verlossing, waar we over spreken, moet ons in de totaliteit van onze persoonlijke en maatschappelijke verantwoordelijkheden veranderen. (Hand. 17:26, 3 l; Gen. 18:25; Jes. 1: 17; Ps. 45:7; Gen. 1:26,27; Jac. 3:9; Lev. 19:18; Luc. 6:27,3 5; Jac. 2:14-26; Joh. 3:3, 5; Matth. 5:20; 6:33; 2 Cor. 3:18; Jac. 2:20.) 6. de kerk en evangelisatie Wereldevangelisatie vereist dat de gehele kerk aan de gehele wereld het gehele evangelie brengt. De kerk van Jezus Christus vormt het centrum van het de gehele kosmos omvattende plan van God en is zijn uitverkoren werktuig ter verbreiding van het evangelie. Maar een kerk die het kruis predikt moet zelf door het kruis getekend zijn. Een kerk wordt een struikelblok voor evangelisatie, wanneer zij het evangelie ontrouw wordt, of een levend geloof in God mist, geen echte liefde voor de mensen heeft of ook maar in de geringste mate onoprecht is in allerlei zaken zoals bijv. financieel beheer of propaganda. De kerk is niet zozeer een instituut, doch in de eerste plaats de gemeenschap van Gods volk en mag niet geïdentificeerd worden met een bepaalde cultuur, met een maatschappelijk of politiek systeem, of met een menselijke ideologie. (Joh. 17:18; 20:21; Matth. 28:19-20; Hand. 1:8; 20:27; Eph. 1:9, 10; 3:9-1l; Gal. 6:14, 17; 2 Cor. 6:3, 4; 2 Tim. 2:19-21; Phil. 1:27). 7. samenwerking in evangelisatie Wij echter, die hetzelfde bijbelse geloof hebben, behoren ons hecht aaneen te sluiten in gemeenschap, dienst en getuigenis. Wij belijden dat ons getuigenis vaak door zondig individualisme en onnodige overlapping geschaad werd. Wij verplichten ons een diepere eenheid in waarheid en aanbidding, heiliging en opdracht te zoeken. Wij dringen aan op het ontwikkelen van regionale en functionele samenwerking om de zending der kerk te bevorderen, voor strategische planning, tot wederzijdse bemoediging en het gemeenschappelijk benutten van middelen en ervaringen. (Joh.17:21,23; Eph.4:3,4; Joh. 13:35; Phil 1:27;Joh.17:11-23). 8. de samenwerking van kerken bij de evangelieverkondiging Op deze wijze groeit het partner-zijn van de kerken en het wereldwijde karakter van de kerk van Christus zal duidelijker naar voren komen. Wij danken God voor die instellingen die zich inspannen voor de vertaling van de Bijbel, voor theologische opleiding, massa-media, christelijke literatuur, evangelisatie, zending, gemeentevernieuwing en andere gespecialiseerde taken. Ook zij dienen zich voortdurend af te vragen in hoeverre zij op een effectieve wijze bijdragen in de vervulling van de taak van de kerk van Jezus Christus. (Rom. 1:8; Phil. 1:5; 4:15; Hand. 13:1-3; 1 Thess. 1:6-8). 9. de urgentie van de taak om te evangeliseren Wij zijn ervan overtuigd dat nu de tijd voor de kerken en voor interkerkelijke instellingen gekomen is, vurig te bidden voor de redding van de tot nu toe niet bereikten en zich opnieuw in te zetten voor wereldevangelisatie. Een vermindering van het aantal zendelingen en een afname van de stroom van buitenlands geld kan soms nodig zijn in een land dat het evangelie gehoord heeft om zodoende de nationale kerken de kans tot zelfstandige groei te geven en om ook over middelen te kunnen beschikken voor gebieden die het evangelie nog niet gehoord hebben. Meer en meer moeten zendelingen, in een gezindheid van ootmoedige dienstverlening, bereid zijn van en naar alle zes continenten te gaan. Het doel moet zijn, alle beschikbare materialen te benutten om zo spoedig mogelijk ieder de gelegenheid te geven het goede nieuws te horen, te begrijpen en aan te nemen. Zonder offers zullen wij dit doel niet bereiken. De armoede van miljoenen mensen schokt ons allen. Wij zijn ontsteld over de onrechtvaardigheid, die deze armoede veroorzaakt. Diegenen onder ons die in welvaart leven nemen op zich een eenvoudige levensstijl te ontwikkelen, om zodoende royaler bij te dragen aan hulp en evangelisatie. (Joh. 9:4; Matth. 9:35-38; Rom. 9:1-3; 1 Cor. 9:19-23; Marc. 16:15; Jes. 58:6, 7; Jac. 1:27; 2:1-9; Matth. 25:31-46; Hand. 2:44, 45; 4:34, 35). 10. evangelisatie en cultuur (Marc. 7:8, 9, 13; Gen. 4:21, 22; 1 Cor. 9:19-23; Phil. 2:5-7; 2 Cor. 4:5). 11. vorming en leiderschap (Col. 1:27, 28; Hand. 14:23; Titus 1:5, 9; Marc. 10:42-45; Eph. 4:11,12). 12. een geestelijke strijd Wij weten dat het noodzakelijk is de wapenrusting Gods aan te doen en deze strijd te voeren met de geestelijke wapens van de waarheid en het gebed, want wij ontdekken de activiteit van onze vijand niet alleen in de valse ideologieën buiten de kerk, maar evenzeer in de kerk, in de verkondiging van een ander evangelie, dat de Schrift verdraait en de mens op de plaats van God stelt. Wij moeten waakzaam zijn en de geesten onderscheiden om de bijbelse boodschap hiervoor te vrijwaren. Wij erkennen, dat wijzelf niet immuun zijn voor wereldgelijkvormigheid in denken en handelen, wat een overgave aan secularisatie is. Om een voorbeeld te noemen: hoewel nauwkeurige onderzoekingen over numerieke en geestelijke groei van de kerk juist en waardevol zijn, hebben wij er soms geen aandacht aan besteed. Eveneens hebben wij soms door het verlangen reactie op de evangelieverkondiging te krijgen, onze boodschap verwaterd of onze toehoorders gemanipuleerd door hen onder druk te zetten. Wij hebben soms te grote waarde aan statistieken gehecht en dit materiaal zelfs oneerlijk gebruikt. Dit alles is werelds. De kerk moet in de wereld leven, maar de wereld niet in de kerk. (Eph. 6:12-17; 2 Cor. 4:3, 4; Eph. 6:11; 13-18; 2 Cor. 10:3-5; 1 Joh.2:18-26, 4:1-3; Gal.1:6-9; 2 Cor.2:17; 4:2, Joh. 17:15). 13. vrijheid en vervolging Tevens geven wij uitdrukking aan onze diepe bezorgdheid over al diegenen, die onrechtmatig in gevangenschap zijn, vooral voor onze broeders, die vanwege hun getuigenis voor de Here Jezus lijden. Wij beloven voor hun vrijheid te bidden en ons ervoor in te spannen. Tegelijkertijd weigeren wij ons door hun tot vrees te laten aanjagen. God moge ons helpen, dat ook wij ons verzetten tegen ongerechtigheid en het evangelie trouw blijven, wat het ook kosten moge. Wij vergeten de waarschuwing van Jezus niet, dat vervolging onvermijdelijk is. (1 Tim. 1:1-4; Hand. 4:19; 5:29; Col. 3:24; Hebr. 13:1-3; Luc. 4:18; Gal. 5:11; 6:12; Matth. 5:10-12; Joh. 15:18-21). 14. de kracht van de Heilige Geest Wereldwijde evangelisatie zal alleen dan een reële mogelijkheid worden, wanneer de Heilige Geest de kerk vernieuwt in waarheid en wijsheid, in geloof en heiliging, in liefde en kracht. Wij roepen daarom alle christenen op te bidden om zulk een genadig komen van de soevereine Geest van God, opdat al zijn kracht in zijn gehele volk zichtbaar worde en al zijn gaven het lichaam van Christus verrijken. Alleen dàn zal de gehele kerk een bruikbaar werktuig in zijn hand zijn, waardoor de gehele wereld zijn stem zal horen. (1 Cor. 2:4; Joh. 15:26, 27; 16:8-11; 1 Cor. 12:3; Joh. 3:6-8; 2 Cor. 3:18; Joh. 7:37-39, 1 Thess. 5:19; Hand. 1:8; Ps.85:4-7; 67:1-3; Gal. 5:22, 23; 1 Cor. 12:4-31; Rom.12:3-8). 15. de wederkomst van Christus Wij herinneren ons ook zijn waarschuwing, dat valse christussen en valse profeten als voorlopers van de Antichrist zullen opstaan. Daarom verwerpen wij als een trotse en zelfverzekerde droom, de mening dat de mensheid eens op aarde een utopia kan bouwen. Ons vertrouwen als christenen rust daarin, dat God zijn Koninkrijk zal voleindigen en wij zien vol verwachting uit naar die dag, waarop er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zal zijn, waarin gerechtigheid woont en God voor eeuwig regeert. Intussen wijden wij ons opnieuw toe aan de dienst aan Christus en de mensen in een vreugdevolle onderwerping aan zijn gezag over geheel ons leven. (Marc. 14:62; Hebr. 9:28; Marc. 13:10; Hand. 1:8-11; Matth. 28:20; Marc. 13:21-23; Joh. 2:18, 4:1-3; Lucas 12:32; Openb. 21:1-5; 2 Petr. 3:13; Matth. 28:18). conclusie Wij roepen anderen op zich bij ons aan te sluiten. Moge God door zijn genade ons helpen, om tot zijn eer trouw te blijven aan dit verbond! AMEN, Halleluja! Copyright 1974, World Wide Publications, Used by permission |





